Uit het atelier
Van wol tot slofje: hoe een paar ontstaat
5 min lezen
Een paar slofjes begint bij een lap wol op de tafel en eindigt bij warme voetjes. Dit is wat er tussenin gebeurt.
Het begint bij de stof. Wol voor de winter, katoen voor de zomer, lammy voor als het echt koud is, en suède voor de zool. Ik leg alles naast elkaar op de tafel en kijk wat bij elkaar past.
Knippen
Elk patroon knip ik met de hand. Geen machine die honderd stuks tegelijk stanst — wel een schaar, een patroon en een zorgvuldige lijn.
Stikken
Dan gaat het onder de naald. De zool eerst, dan de bovenkant, dan de rand. Bij de kleine maatjes let ik extra op de naden: er mag niets schuren tegen een zachte voet.
Controleren
Ieder paar bekijk ik na. Zit het naadje goed? Zit de zool stevig? Buigt het slofje mee met een kleine voet? Pas dan gaat het in de doos.
Daarom duurt het soms een dag langer. En daarom is geen enkel paar precies hetzelfde.
Geschreven in het atelier, mei 2026